Voor Pampus liggen

Na gisteren van een prachtige zonsopgang te hebben genoten zwaaide ik Treeske uit. Zij had samen met alle vrijwilligers van de Pyramide van Austerlitz een uitje naar het eiland Pampus. En dan begint er bij mij iets te borrelen en bracht het plan ten uitvoer om haar ook te gaan uitzwaaien als de boot weg vaart naar het eiland. Zodoende fietste ik even tegen een keiharde wind in naar Muiden.

En reed zo vlug mogelijk naar de aanlegsteiger, alwaar…

… de boot al was vertrokken. Dat vond ik zo zielig voor Treeske, want wij kunnen eigenlijk geen uur zonder elkaar.

En dan kan ik natuurlijk allerlei smoesjes verzinnen, zoals de brug stond open (echt waar) harde tegenwind (ook waar) de weg kwijt (alweer waar). Muiden ligt volgens vriend google maps hier maar 45 km hier vandaan, echter ik had daar al 65 km op de teller staan. Bovendien zag ik zoveel interessante dingen onderweg waarover ik later nog zal gaan bloggen. En als laatste excuus had ik mijn plasdag. Zodoende stond ik voor mijn gevoel meer naast de fiets dan dat ik erop zat, om overal even de plantjes water te geven. En ik heb daarbij goed opgelet dat de plasplekjes schrikdraadvrij waren, want dat wilde ik geen tweede keer meemaken.

Om terug te keren naar het feestje van Treesje. Zie zoekplaatje waar zij staat?

De terugrit was zwaar door de draaiende en nog harder aantrekkende wind.

En toen ik thuiskwam voldeed ik ipv Treeske volledig aan het spreekwoord “voor Pampus liggen”.