Unoxman

In de rubriek koken met Hulk en blogger John, het volgende.

Mijn overheerlijke recept voor erwtensoep, (Hulken hebben iets met groen) gaat als volgt.

Men neme

Vervolgens

En…

Hulken eten vaak met twee lepels. Eet smakelijk en groet van…….UnoxJan.

In het uitwisselingsprogramma recepten delen met blogger John, het volgende.

Courgettesoep (Hulken hebben iets met groen, weet u nog?)

Men neme, 1 courgette per persoon. Was de courgettes en snijd ze over de lengte in 4 delen. Hak de vier delen aan gort. Gooi de brokstukken in een blender en vermaal de boel tot moes. Stort de moes in een pan. Verkruimel 0.75 van een groot boullionblokje per courgette in de pan. Gebruik per courgette 250ml water. Breng het geheel aan de kook. Schep het op je bord en geniet van de fantastische smaak van de wereldberoemde groene (weet u het nog?) Hulken courgettesoep.

Advertenties

Frus …..dingense

Ik las bij iemand iets over een school reünie. Dat maakte in mij de hel los. Tijdens mijn onlangs afgesloten zelfonderzoek naar mijn kindzijn kwam ik daar ook al achter.

De schooltijd is de meest slechte periode in mijn leven geweest. Ik raakte in een klap mijn geliefde vrijheid kwijt. En daarbij werd ik zo erg geïndoctrineerd, dat ik het nu kinderdwangarbeid en slavernij noem. Want ik moest en moest en moest. Die gloeiende, gloeiende school kostte mij, mijn geestelijk en ook nog eens bijna mijn lichamelijke leven. (Zie boek Helletocht toen ik vanuit school stijfbevroren thuiskwam)

Kleuterschool sloeg ik gelukkig over. Ik vond kleuren, knippen, vouwen en plakken stom. Plakken kon ik trouwens allang! Op vijfjarige leeftijd stond ik alle fietsbanden van ieders gezinslid te plakken. Omdat ik katholiek was ging ik naar een katholieke school en leerde daar de katechismus uit mijn hoofd met de belangrijkste levensvraag, “Waartoe zijn wij op aarde?” Omdat wij ons thuis geen onvoldoendes daarover mochten permitteren, spreidde ik mijn benen tijdens het proefwerk en las het antwoord op, uit het katechismusboekje waarop ik zat. “Wij zijn op aarde om God te dienen en in het hiernamaals gelukkig te worden. Nou, dat was een mooi vooruitzicht, want op school was ik echt niet gelukkig.

Omdat ik dezelfde cijfers behaalde als het bankdirecteur zoontje wat naast mij zat, mocht hij naar de HBS en ik als boerenzoon naar de LTS. Dat ging toen nog zo en werd geregeld door de schooldirecteur, mijnheer van Tol (whats in a name?) die niet alleen zijn sigarenrook constant in mijn gezicht blies maar ook zijn gemorste as van zijn bureau dezelfde richting gaf. Bovendien sloeg hij er her en der op los.

Dat werd niet veel beter op de LTS, daar kreeg je van de leraar houtbewerking op je flikker met een stuk hout. Daarom koos ik na het eerste jaar niet voor dat vak, omdat ik die ‘leraar’ wilde ontwijken. Dus dan maar metaal, waar de volgende sadist op mij wachtte! Die getraumatiseerde KNIL soldaat sloeg er al op los als je gereedschap niet kaarsrecht lag op je doekje. Wat een karhengst van een vent was dat, zeg! Later kreeg ik dat monster twee jaar lang als leraar automonteur. Ik zie hem nog een klasgenoot van mij in elkaar slaan, die per ongeluk met een uitgeschoten schroevendraaier een radiateur lek stak.

“Zou jij naar een schoolreünie willen gaan”, vroeg de blogster? Ten eerste wil ik dat woord reünie veranderen in ruïne. Ten tweede, ja graag, om met mijn twee volgroeide Hulkenknuisten meneer van Tol alle hoeken van het schoolplein te laten zien. Hij presteerde het om mijn zesjarig broertje met drie klappen tegen de grond te slaan. Waarom? We stonden allemaal in klassenrijen op het schoolplein opgesteld om naar binnen te gaan Sint Maartenliedjes te zingen. Hij gebood stilte en mijn half dove broertje verstond dat niet en zong als enige door.

Dus nogmaals, ik wil graag naar zo’n reünie om van die scholen en hun sadistische leraren een ruïne te maken. Een zesjarig zingend jongetje…………!!!

Tulband

Aangezien de Kerst nadert, scoorde wij alvast de eerste tulband. Omdat het nog wat vroeg in het seizoen is hebben we besloten hem eerst te laten voorproeven.

Vervolgens zijn wij hem naar Loetje gepeerd waar wij een flinke biefstuk maaltijd verorberden.

De linker twee voor mij, de rechter twee voor Treeske.

Winterslaap

Gezeten op het leugenbankje van Zeist bemerk ik dat het er vandaag een sombere boel is. Iedereen zit dik ingepakt zwijgend voor zich uit te staren, terwijl we nog niet zo lang geleden, bijna naakt op dat bankje, elkaar de sterkste verhalen vertelden. De meesten van ons koesteren de stilte. Een vallend blad kringelt langzaam naar beneden en presteert het om precies op de rand van mijn hoed te landen. Daar balanceert het enige tijd wat en besluit dan zijn weg te vervolgen naar zijn vriendjes op het plaveisel. Wat een grafstemming heerst er bij de oude lullen op het bankje.

Een Bigaboy komt met zijn speciale kar voorttrekkend vanuit het begin van de straat steeds meer naderbij. Het is de ‘walking hondenstront opruimingsdienst’ die de Zeistenaren behoedt voor onverwachte glijpartijen over niet opgeruimde achtergelaten hopen hondenstront. “Vrolijke baan heb die gozer”, bromt er een. “Een hondenbaan, om zo alle dagen door Zeist te sjokken”, verzucht iemand waarna de stilte weer zijn intrede doet.

Plotseling wordt er onrustig op het bankje heen en weer geschoven. Alle aandacht richt zich op een koket goedgevormd Zeistermeisje, dat zich met knallende hakken in de richting van het leugenbankje begeeft. Glinsterige ogen laten hun blikken aandachtig over de naderbij komende welgevormde schone glijden.

“Tsjonge, jonge”, zegt iemand. “Tsjonge, jonge, jonge”, stiet een tweede uit. Waarna een derde na een zacht gefluit zegt, “Daar zou ik nou nog wel eens even……………verrek, dat ben ik helemaal vergeten!” Nadat het geluid van de klikkende hakken in de verte zijn verdwenen, verstommen de gesprekken. Wederom verzinken we in een soort van somberheid. Ieder met zijn eigen gedachten, die misschien wel richting winterslaap gaan.

Welkom in …..

Er was eens een land, hier niet ver vandaan, waar de mensen elkaar niet meer spraken. Hoe erg is dat? Het was zo verschrikkelijk in dat land, want de mensen keken elkaar niet eens meer aan. Sommige wilden er niet blijven en vertrokken naar andere landen, zochten daar asiel. Anderen bleven wel, misschien durfden ze er niet weg of misschien voelden ze zich er wel thuis?

In dat ‘stille land’ was toch wel iets bijzonders aan de hand. Iedereen die er woonde was schatrijk. Het was een land vol vrede, bemoediging, troost, vergeving, naastenliefde en lachende mooie mensen. Degene die er verbleven hadden een groot respect voor elkaar. Dat terwijl ze niet met elkaar spraken, wat raar? Hoe kun je dan respect hebben voor elkaar? Op welke wijze communiceerden deze mensen dan?

Welkom in blogland!

Ondeugend

In mijn leuke lange zoektocht naar mijn kind zijn, kwam ik erachter hoe ik zo verschrikkeloos ondeugend ben geworden.

Op vierjarige leeftijd kwam ik op de boerderij te wonen die mijn vader overnam van mijn opa. Er ging daarbij een gehele nieuwe wereld voor mij open. Onze buren, waar ik vaak over de vloer kwam, waren kinderloos, dus dat gat kwam ik even opvullen.

Zij hadden kennissen in Duitsland en die mensen kwamen daar regelmatig logeren. De Duitse taal was mij volkomen vreemd maar ik genoot van de intonatie ervan. Zo riep die Duitse mof, (ja sorry hoor, zo noemden ze toen de Duitsers bij ons) eens luid uit, “Gott in himmel”. Dat sprak hij met een hoog piepstemmetje uit, wat ik tijdens mijn spel op dezelfde toon verbasterd uitgilde, “Gott in piemel”.

Het gevolg daarvan was dat onze buren het uitgierde van de lach. Verbaasd keek ik naar hen en naar hun steeds natter wordende kruizen. “Hé”, dacht ik, “ze lachen om wat ik zei”, dus herhaalde ik het nog een paar keer. Gevolg daarvan, een complete lachstuip!

Nou, zo werd ik dus ondeugend gemaakt. Woorden verbasteren is nog steeds een hobby van mij. En dat bleek later een spychologisch ingezwikkeld probleem te worden, zo begreep ik van de vele psychologen die ik sprak. En het is nooit meer goed gekomen met mij!

Oud en nieuw

Hierbij denk ik aan heerlijke oliebollen. Maar in dit geval zitten we er warmpjes bij.

Het voordeel van een huurwoning is dat je kosteloos een nieuwe verwarmingsketel kan laten plaatsen. Blij mee!

De florissante Florissen

Het gevolg van een mooi mens zijn is dat diegene ook vanzelf mooi van buiten wordt. Zodoende stapte ik zondagmorgen op mijn Florissen naar de kerk.

Onderweg lopend daarnaar toe, kreeg ik kramp in mijn linker Floris. Dat komt omdat de florissante Florissen weigeren af te rollen met mijn voet, zoals dat wel bij mijn Nijkies gebeurt. Zodoende draaide ik even vanuit een plié komend een relevé. Dat is een pirouette op je tenen staand. Daardoor vloog de kramp van schrik uit mijn voet in een dichtbijstaande boom.

In de kerk keek iedereen naar het schitterende aureool wat zich om mijn hoofd bevond, want die draag je gewoon bij je als mooi mens. Waardoor mede mijn florissante Florissen het onderspit dolven. Dus vatte ik het volgende plan op tussen de weesgegroetjes door.

Tijdens de collecte waar ik tegenwoordig de lakens ehh.. de mandjes uitdeel, liep ik als een Duitse wehrmacht soldaat te paraderen door de kerk. Maar omdat de priester zich toen niet meer verstaanbaar kon maken, vanwege het kletsende geluid van mijn Florissen op de tegelvloer, ben ik uit de pas gaan lopen.

Ik dacht nog even, ik trek gewoon mijn florissante Florissen uit en ga er wat mee rondlopen zwaaien. Uiteindelijk durfde ik dat niet. Toen heb ik ze maar de gehele zondag aangehouden en er af en toe zelf bewonderd naar gekeken.

Buurkip

Sinds kort hebben we regelmatig bezoek van onze buurkip. De buurvrouw heeft twee kippen aangeschaft waarvan er een zeer nieuwsgierig is en overal op bezoek gaat. De buren bezitten een schutting die de staat van ontbinding reeds voorbij is. Dus voor de kip een buitenkansje.

De terrorkip brengt dagelijks cadeautjes mee in de vorm van kippenstront. Nu ben ik haar aan het leren, dat ze hier haar eieren gaat leggen maar dat dringt helemaal niet door in haar kippenbrein. Iemand een idee?

Mogelijk is het een Duitse kip, want ze graaft steeds nieuwe kuilen in het grind. Ik noem haar daarom, Andrea. Ik vertel haar dagelijks over de goede poelier hier in Zeist en dat ik zo graag kippensoep lust.

Ook deze hints dringen nog steeds niet tot haar door. Weet iemand een ander plan van aanpak?