De verstekeling

Het verhaal gebeurde op een bootje in de Rijn. Ik verveelde mij er dood en zocht avontuur. Ik deed er niet meer dan wat mantelzorg. Het stikte er namelijk van de oude bokken en geiten op dat schip, die steeds gehoorapparaten, stokken en kunstgebitten kwijtraakten. Dan zocht ik die dingen maar weer op en ik werd er steeds beter in. De gehoorapparaten vond ik vaak terug in de kerststukjes en de gebitten lagen meestal ergens op de vloer of dreven in de Rijn.

Op een avond speelde de muzikant opnieuw zijn saaie muziek riedeltjes af. En om toch maar iets van leven in de brouwerij te brengen trok ik zo’n oude geit op de dansvloer en zette de Belgische wals in. Nou, na een paar passen wist ik genoeg, ze kon er geen ene moer van, dus bulderde ik, “variéééé” en trok de volgende glunderde geit op de vloer. Maar echt, wat ik ook probeerde het lukte mij niet om een gezellige stemming te creëren want hup, daar gleed haar kunstgebit al over de dansvloer toen ik haar de mop van ‘snelle Henkie’ vertelde.

Kennen jullie die niet? Pffff nou, ga ik weer……! Snelle Henkie stond er om bekend de meisjes supersnel te bezwangeren. Toen snelle Henkie weer eens met een schone deerne over de dansvloer scheerde, vroeg hij haar om wat meer met haar benen wijd te dansen. Maar zei riep, “neen snoodaard, ik ken je reputatie, dan zit je er zo in”. Maar Henkie fluisterde in haar oor, “ik wil er graag uit?”

Toen ik een schip zag aanmeren naast de onze, zag ik mijn kans schoon om te ontsnappen aan de saaiheid rondom mij. Ik liep via de loopplank vanaf onze boot naar de andere toe. Al vlug zag ik dat de mensen daarop welzeker 50 jaar ouder waren dan bij ons op de boot, dus zonk de moed mij in de schoenen. Toch besloot ik nog wat verder op onderzoek uit te gaan wat helemaal fout bleek te zijn, want plotsklaps werd ik ontdekt als verstekeling. Wat ik daar toen allemaal meemaakte, kun je enkel over dromen. Dat heb ik dus gedaan en helaas voor de lezers van dit blog, ben ik deze droom vergeten.

Advertenties

Wolf in Karinthië

Lang geleden ergens vlakbij een groot meer in Oostenrijk wandelde ik met mijn vrouw in de bergen. Het regende er pijpenstelen toen wij ons hotel verlieten. Wij volgden een pad wat ons steeds hoger het gebergte in leidde. Plotseling ging de regen in sneeuw over en wij beiden genoten van de steeds wittere wereld rondom ons. Ook het ruisende geluid van de regen verdween met de komst van de sneeuw en een onwerkelijke bewonderingswaardige stilte viel om ons heen, die enkel licht werd verstoord door onze voetstappen in de sneeuw.

Plotseling stonden we stil omdat wij beiden gelijkertijd een ree ontwaardden die het pad waarop wij ons bevonden rustig overstak. Voordat het dier in het struikgewas verdween keek het ons nog even roerloos aan. Toen het uit ons gezichtsbeeld was verdwenen, keken wij elkaar glimlachend aan en begrepen zonder woorden het geluksmomentje van zo-even.

Hoger en hoger liepen wij op het pad, terwijl de sneeuw nu hoorbaar begon te kraken onder onze voeten. Om even op adem te komen van de klimpartij lasten wij regelmatig even een pauze in. Tijdens zo’n moment hoorden we beiden een lang klagend geluid klinken vanuit de verte, wat wij nog nooit ooit eerder hadden vernomen. We besteedden er weinig aandacht aan, ik zag enkel bij mijn vrouw een frons op haar gezicht. Wij liepen door en kwamen wat verder door een bocht en hoorden nu veel duidelijker opnieuw dat klagende geluid. “Het lijkt wel op het janken van een hond”, zei ik met een glimlach tegen mijn vrouw. “Ik hoop niet dat het de grote boze wolf is”, grapte zij terug terwijl wij licht hijgend doorliepen.

Opnieuw kwamen wij bij een bocht in het pad en ik ontwaardde uit mijn ooghoek links van mij wat hoger op de berg een beweging. Ik pakte mijn vrouw bij haar arm en fluisterde haar toe, “kijk daar links een wolf”. Stijf van schrik stonden wij doodstil en staarden naar het dier. De gelig ogende wolf had ons al gezien en kwam soepel en snel op ons toegelopen.

“Vluchten heeft geen zin”, riep ik mijn vrouw toe waarbij ik snel om mij heen keek op zoek naar een wapen. Ik ontwaardde een ondergesneeuwde tak die een paar meter van mij vandaan lag. Met enkele snelle sprongen was ik erbij en trok de tak uit de sneeuw. Draaide mij snel om en hief in die beweging de tak boven mijn hoofd.

De wolf was inmiddels vlakbij zijn bewegende doel gekomen en sprong voor de aanval op mij toe. Zijn opengesperde muil ging richting mijn keel. In paniek probeerde ik hem met de tak van mij af te slaan maar de wolf was sneller. Ik voelde zijn voorpoten op mijn borst en door de kracht van zijn sprong stortte ik achterover. Het enige geluk dat ik daarbij had was dat ik met mijn rug op de rand van het pad neerkwam en mijn hoofd in het luchtledige van het dal daarnaast knikte. Daardoor moest de wolf een tweede keer aanvallen, wat mij de gelegenheid gaf om in een panische verdedigingstegenaanval zijn beide oren vast te grijpen.

Ik besefte onmiddellijk dat deze greep voor even mij de gelegenheid gaf mijn doodstrijd een moment uit te stellen. Ik rook de vieze adem van het grommende beest boven mij die alsnog probeerde zijn tanden in mijn keel te zetten. Door de enorme kracht die het beest ontwikkelde verslapte mijn greep op zijn oren en in een plotselinge verandering van mijn greep drukte ik allebei mijn duimen in zijn grote gele ogen.

Het beest werd hierdoor volkomen verrast en ik voelde de kracht van zijn aanval verminderen. In een flits trok ik mijn knieën omhoog in een poging om het beest over mijn hoofd achter mij in het ravijn te werpen. Hiermee werd ik geholpen door mijn vrouw die de punt van haar paraplu tegen zijn achterste prikte in een poging het beest van mij af te krijgen. Mede door haar hulp kon ik mijn eerder bedachte plan ten uitvoer brengen en even later stortte het zware dier over mijn hoofd de diepte in.

Ik greep de paraplu vast die boven mij zweefde en mijn vrouw trok mij van de rand weg. Nadat ik mij moeizaam had opgericht en op handen en voeten in de sneeuw lag begon ik zo hevig te trillen, dat mijn vrouw mij moest helpen met opstaan. Daarna deed ik hevig trillend de eerste stappen op de terugweg waarna ik plotseling rechtop in mijn bed zat en wakker geworden buiten een wolf hoorde huilen.

De fietsensloper

Ik werkte ooit bij een fietsenwerkplaats op camping Bakkum. Volgens mijn behandelaars kon ik daardoor meer structuur krijgen, wat mijn ziekte ten goede zou komen. Zoals zo vaak kregen de behandelaars ongelijk. Een gek is namelijk niet te sturen. En ik was destijds knettergek door mijn stoornis.

Wij knapten daar partijen oude fietsen op, die van gemeenten werden gekocht. De opgeknapte fietsen werden verkocht aan de campinggasten. Ik kon daar maar twee ochtenden in de week werken, als dat al lukte. En voor de rest liepen er twee werkleiders rond die meerdere gestoorde personen bijstonden.

Omdat ik een technische knobbel bezit waren de werkleiders dolgelukkig met mij en ik kreeg altijd de moeilijkste klussen. Die bewuste dag kreeg ik een oude omafiets waar een piepje inzat als je ermee over een hobbeltje of door een kuiltje reed. Na een korte proefrit hoorde ik het piepje. Waarna ik elk boutje en moertje van de fiets aandraaide om een los onderdeel uit te sluiten.

Ik ging weer rijden en de fiets piepte er nog vrolijk op los. Vervolgens ging ik diverse onderdelen smeren zoals pedalen, zadelveren en scharnieren. Echter, het inmiddels tot ‘kreng’ omgedoopte vehikel bleef volhardend piepen.

Tijdens de koffiepauze er nog eens flink over nagedacht wat het euvel toch kon zijn. Een werkleider meldde mij toen dat hijzelf er ook al wat tijd aan gespendeerd had zonder resultaat te boeken. Ik heb toen nog de balhoofdlagers gesmeerd, daar draait het stuur om heen, maar ook dat hielp niet, dus het werd tijd voor een Hulkse oplossing.

Ik liep op een gegeven moment gewapend met voorhamer en pikhouweel de werkplaats uit naar buiten. Met die gereedschappen koelde ik mijn enorme woede op de fiets af. Ik sloeg hem waar ik hem maar raken kon en slaakte daarbij luide kreten. Beide werkleiders kwamen naar buiten stormen, overzagen de situatie en riepen wanhopig uit dat het een fiets van een klant was.

Dat wist ik echter niet en dat had naderhand ook niets uitgemaakt, want ik moest ergens mijn Hulkse woede toch op botvieren. Ik kon namelijk als bipolair gigantisch boos worden om niks. Toen ik de brokstukken naar de schroothoop droeg, hoorde ik een licht piepje. Datzelfde geluid hoorde ik ook toen ik het in de container dumpte en mijn oog viel op hetgeen wat het piepje veroorzaakte.

Ik nam het desbetreffende onderdeel mee terug naar de werkplaats en vertelde daar de werkleiders doodleuk dat ik het piepje gevonden had. Het bleek een loszittende laslug te zijn die de buizen van het frame verbond. Het zweet brak de werkleiders uit en ze keken me nog steeds vol onbegrip aan. Hun probleem was, hoe vertellen we het de klant? Tja, dat moet je niet aan een gek vragen, toch?

Stromer st3 Launch edition

Vaak hoor je schaatsers na de 1500 meter hoesten. Dat heet officieel ‘het 1500 meter kuchje’. Nou daar had ik vandaag ook last van, simpel omdat ik verkouden ben. Omdat het vandaag een droge dag was kon ik eindelijk mijn nieuwe fiets uitproberen. Dat deed ik op een pleintje bij ons in de buurt. De landings en startbaan van het verlaten vliegveld van Soesterberg.

De Stromer st3 die ik kocht en waar ik tegenwoordig ’s nachts steeds van droom, heeft de naam Launch meegekregen. En eerlijk waar, hij doet zijn naam eer aan. Vanuit stilstand zat ik binnen 100 meter op 47 km/uur. Wat mij echt tegenviel van de fiets was dat hij na die 47 km begint in te houden. Op dit punt aangekomen stopt de elektrische ondersteuning, waarna de Hulk overschakelde op spierpower. Dat resulteerde telkenmale in het 1500 meter kuchje bij mij. (Lees dat ze in het 10 kilometer verderop gelegen Amersfoort het vermoeden hadden, dat het militaire vliegveld Soesterberg was heropend)

Een paar maal reed ik over de brede baan op topsnelheid heen en weer. Een paar wandelaars keken mij met open mond na, zag ik in de spiegel. Ik testte er de fenomenale remwerking van de fiets en maakte er een paar snelle bochten waarbij ik de superieure wegligging testte. Toen ik een flinke hoestbui kreeg, waarbij ik de scheuren in het asfalt zag komen, ben ik hem gauw gesmeerd.

Wat ik bij deze fiets heel erg fijn vind is, dat als ik ondersteuning wil blijven voelen, ik flink moet blijven trappen. Dus dit is beslist geen luie fiets. Zodra ik stop met trappen of afrem, gaat de aandrijfmotor werken als een dynamo en wordt daardoor de accu bijgeladen. O ja, wat ook fijn is dat ik de fiets resultaten kan nazien in de Stromer app als ik na gedane arbeid bankzaken doe.

Volgende keer ga ik er een flinke fietstocht mee maken. Eens zien hoelang de accu en of de Hulk het uithoudt. Ik weet nu al dat ik de Amerongse berg gewoon fluitend oprijd. Daar hoorden ze in het verleden de Hulk alleen maar fluitend hijgen.

Mooi blij mens

In mijn zoektocht om een mooi mens te worden kwam ik een moeilijk item tegen. Zo langzamerhand ben ik er in mijn nieuwe leven achtergekomen, dat ik ietwat gevoelig ben. Daardoor leef ik al wat meer intenser. Door het gevoel ben ik attent, geduldiger, rustiger en dat geeft mijn leven meer kwaliteit.

Zo af en toe probeer ik die kwaliteit wat op te voeren. En zoek ik het beslist niet in de kwantiteit, wat ik tegenwoordig zoveel om mij heen zie. Die kwantiteit leidt naar de ondergang. Want als je van alles wil meesnoepen in het leven, ben je veel te druk en geniet je minder. Film dit, film zo, sport dit, sport zo, uitje dit, uitje dat, enz. enz.

Zodoende wil ik enkel de levenskwaliteit kant voeden. Waardoor ik nu probeer, via een moeilijk trucje, om als ik iets meemaak erbij te denken, dit is de allerlaatste keer dat je dit eet, ziet, doet, beleeft e.d. Nou, dat is echt een uitvinding voor mijzelf.

Met dit moeilijk uitvoerbaar gegeven heb ik geleerd om zelfs negatieve situaties naar positiviteit te richten. Ik geniet er veel intenser van als ik erbij denk, “dit is de allerlaatste keer dat je dit meemaakt”. Zelfs van spruitjes eten word ik tegenwoordig dolblij, bij de gedachten, “die hoef ik nooit meer te eten!”

Door bovenstaande steeds opnieuw in de praktijk te brengen, verander ik mijzelf in een mooi blij mens. Zo iemand wil ik namelijk graag worden.

Trainen

Met alles wat je traint, daar wordt je beter in. Met dat gegeven, kwam er voor het diner bij ons een overheerlijk Hulkiaans gerecht op tafel. Zodoende hebben wij flink getraind voor de jaarwisseling.

O ja, er was ook nog zoiets van, alles wat je voedt groeit, toch?